Tandbederf en slechttandvlees, maar ook hoge bloeddruk kunnen ontstaan door onbalans tussen de bacteriesoorten die onze mond bevolken.
Door M.A.J. Eijkman, Rotterdam

Hoge bloeddruk, glutenallergie, tandvleesziekte, kaakbotverlies, tandbederf, verwacht het of niet, zijn ziekten die kunnen ontstaan door een uit balans geraakte bacterieflora in onze mond. Vroeger werd snel tandbederf toegeschreven aan slechts een paar soorten ziekmakende mondbacteriën.Het moderne idee is dat cariës sneller ontstaat als het evenwicht danig is verstoord tussen de duizenden soorten micro-organismen die samen de mondflora vormen.

Twintig jaar geleden was de Amerikaanse microbioloog Phil Marsh nog een roepende in de woestijn, samen met zijn ecologische plaquehypothese. Nieuwe DNA-technieken laten nu zien dat zijn veronderstelling van toen grotendeels juist is. Bij gebitsziekten draait het echt om een verstoorde balans tussen de micro-organismen die in de mond leven.

Toen Marsh zijn hypothese publiceerde waren alleen de soorten mondbacteriën bekend die in een laboratorium in kweek konden worden gebracht. Het moderne DNA-onderzoek, waarbij genvolgorden worden bepaald van monsters uit de mond, darmen, huid, zee of bodem, leert dat daar onnoemlijk veel meer soorten leven dan tot voor enkele jaren geleden werd aangenomen. Er zijn veel meer soorten, maar tegelijk is duidelijk dat ieder mens in mond, darmen en op zijn huid een eigen soortsamenstelling van bacteriën heeft. In vaktermen heet zo’n persoonsgebonden flora een microbioom. In ieders mond vallen daar niet alleen bacteriën onder, maar ook schimmels, gisten en andere complexen eencelligen.

Het mondmicrobioom heeft veel nuttige en soms onmisbare functies. Dan gaat het niet alleen om het begin van de spijsvertering, maar ook om het produceren van specifieke biomoleculen zoals sommige vitamines en het vormen van een natuurlijke verdedigingslinie tegen kwaadaardige bacteriën. TNO-microbioloog Bart Keijser schreef er onlangs over in QP Tandheelkunde ACTA, een nascholingsvakblad voor tandartsen.

Veel onderzoek is er bijvoorbeeld al gedaan naar het ontstaan van tandbederf. Dat ontstaat wanneer de zuurgraad (pH) in de mond, door de vorming van melkzuur, onder een bepaalde kritische grens komt. Het tandglazuur gaat dan ontkalken, waardoor er makkelijk gaatjes vallen die ook niet meer spontaan dichtgroeien door remineralisatie. Wanneer in de tandplaque relatief veel melkzuurvormende bacteriën leven, worden koolhydraten uit ons voedsel snel omgezet in melkzuur, wat dat tandplaque erg zuur maakt.

Er bestaat echter ook een gezonde tandplaque. De nieuwe DNA-analysetechnieken wezen uit dat die vooral bestaat uit bacteriën van de Veillonella-familie. Deze bacteriën kunnen snel melkzuur omzetten in mindere sterke zuren, zoals azijnzuur. Bij een ruime aanwezigheid van Veillonella’s zal het tandglazuur dus minder snel ontkalken.

Onverwachter is, zoals uit Zweeds onderzoek blijkt, dat een onevenwichtige mondflora ook invloed heeft op de bloeddruk. Dat komt omdat sommige bacteriesoorten op de tong een essentiële rol spelen bij de productie van Nitriet (NO2) en Stikstofmonoxide (NO). NO is het sleutelsignaal van het goed functioneren van de bloedsomloop. Het lichaam kan het zelf maken, maar de belangrijke grondstof nitriet (NO2) ontstaat onder andere uit nitraat (NO3) uit ons voedsel. Vooral groenten als sla, spinazie of rode bieten bevatten nitraat dat door mondbacteriën wordt omgezet in nitriet. En mensen met hogere concentraties nitriet in het bloed hebben gemiddeld een lagere bloeddruk.

Onderzoeken lieten vrijwilligers liet spoelen met een mondspoelmiddel dat chloorhexidine bevatte. Dat heeft een bacteriedodende werking. Het blokkeerde de verhoging van het nitriet gehalte in het bloed en de bloeddruk steeg. Vervolgonderzoek moet uitmaken hoe die mondflora een gezonde balans behoudt. Misschien is er dus meer te doen dan goed poetsen, stoken en flossen.