Wanneer patiënten worden behandeld vanwege kanker, krijgen zij te maken krijgen met een variëteit aan klachten. Naast ‘bekende klachten’ als misselijkheid en algehele malaise, kunnen ze ook last krijgen van veranderingen in de mond zoals halitose, xerostomie en mucositis.

Chemo- en radiotherapie sterk van invloed op de mond

Door chemo- of radiotherapie worden pathogene weefsels en cellen gedood, maar worden ook gezonde weefsels beschadigd. Daarnaast heeft radiotherapie een duidelijke invloed op de cellulariteit en vascularisatie van de bestraalde weefsels. Deze effecten hangen af van het type, de doseringen en de locatie van de bestraling: hoe vaker de bestraling en hoe dichter bij het hoofd-halsgebied, des te groter is de kans op mondklachten.

Ook hebben patiënten die chemotherapie of anti-immuuntherapie ondergaan een hoger risico op infectie vanwege hun verminderde immuunrespons. De afweer van de patiënt wordt door de therapie zodanig beïnvloed dat er ineens een grote vatbaarheid voor mondziekten, zoals parodontitis, kan ontstaan.

Beter voorkomen dan genezen, dentogeen focusonderzoek noodzakelijk

Een relatief klein probleem in de mond kan bij een kankerpatient leiden tot levensbedreigende infecties. Daarom wordt er vaak voor aanvang van chemo- of radiotherapie een dentogeen focusonderzoek uitgevoerd. Tijdens een focusonderzoek wordt gekeken naar odontogene foci: afwijkingen van de mucosa, de dentitie en het kaakbot die tot ontstekingen zouden kunnen leiden.

Onder andere caries profunda, avitale niet-endodontisch behandelde elementen en parodontitis zijn voorbeelden van problemen die kunnen opvlammen tijdens de periode van chemo- of radiotherapie. Een opvlamming van zo’n probleem kan in het ergste geval de medische behandeling ontregelen en daarom dienen de foci voor aanvang van de behandelingen in kaart gebracht te worden.

Tandheelkundige behandeling liever even niet

Door het sterk verhoogde risico op infecties, moeten parodontale chirurgie of extracties  zo veel mogelijk voorafgaand aan de behandelperiode plaatsvinden. De vertraagde wondgenezing die optreedt na bestraling of chemotherapie, kan leiden tot een osteonecrose. Als na de behandelperiode extracties nodig zijn, zullen deze daarom met zorgvuldigheid moeten worden uitgevoerd. Parodontale behandeling dient te gebeuren in overleg met de behandelend arts en wordt vaak beperkt tot voorlichting, instructie en niet-chirurgische behandeling. Extra belangrijk dus om je patiënt te kunnen voorzien van passend advies!

Mucositis ontstaat bij bijna iedere chemo- of radiotherapie

De meest voorkomende klacht bij bestraling in het hoofd-halsgebied of bij een behandeling met chemotherapie, is het ontstaan van mucositis. Mucositis is in principe gelijk aan stomatitis, echter is bij mucositis altijd chemo- of radiotherapie de oorzaak. 89% van de patiënten die wordt behandeld met gecombineerde radio- en chemotherapie (chemoradiatie) heeft last van mucositis.

Deze ontstekingsachtige verandering kenmerkt zich door irritatie en beschadiging van de orale mucosa. De mucosa ziet er rood en gezwollen uit en uiteindelijk kunnen zeer pijnlijke ulceraties ontstaan. Doordat ulceraties zorgen voor een open verbinding naar de bloedbaan, is er een sterk verhoogd risico op infecties. Daarnaast is er al een verhoogd infectierisico bij alle patiënten met mucositis, vanwege de verminderde werking van de epitheliale barrière. Dit maakt dat mucositis niet enkel sterk onaangenaam is voor de patiënt, maar ook een aanslag is op de lichaamsafweer.

Verminderde bescherming door hyposialie

Speekselklierdisfunctie is een groot bijkomend probleem van radiotherapie. Door bestralingen in het hoofd-halsgebied beschadigt het speekselklierweefsel en zo ontstaat kort na de behandeling een verminderde speekselsecretie. Doordat stralingsgeïnduceerde disfunctie van de speekselklieren zeer acuut ontstaat, is de orale mucosa extra gevoelig voor prikkels.
Vaak hebben patiënten die radiotherapie ondergaan een extreem hoge cariësgevoeligheid. Doordat er minder speeksel is, treedt er minder remineralisatie en ontstaan er gemakkelijk caviteiten. Ook de verandering in de samenstelling van speeksel en een veranderd voedingspatroon dragen bij aan een verhoogde cariësactiviteit.
Chemotherapie zorgt in tegenstelling tot radiotherapie niet voor een verminderde speekselsecretie. Effecten van chemotherapie op de speekselklieren zijn nauwelijks meetbaar. Enkel gedurende en kort na de chemotherapie is de speekselsecretie tijdelijk verlaagd. Xerostomie is wel een veelgehoorde klacht van patiënten, vaak in combinatie met mucositis en smaakveranderingen.

Een verminderde eetlust heeft grote gevolgen

Een andere belangrijke functie van speeksel is het mogelijk maken van smaak. Door hyposialie kunnen smaakstoornissen ontstaan of kan de smaakzin zelfs volledig verdwijnen. Deze klachten kunnen ook ontstaan door medicijngebruik. Patiënten die behandeld worden met chemotherapie, ondergaan vaak een grote smaakverandering. Onder andere door misselijkheid als gevolg van de therapie, krijgen patiënten ineens andere voorkeuren voor smaken of treedt smaakaversie op.

Mucositis zorgt ervoor dat patiënten vaak gevoeligheid krijgen bij eten en drinken. Er ontstaan sneller beschadigingen in de mond, welke het eten bemoeilijken. Wanneer eten pijnlijk is, niet geproefd kan worden of smaakaversie optreedt, kan de eetlust sterk verminderen. Dit heeft als gevolg dat patiënten gewicht verliezen en hun algehele conditie achteruit gaat, juist doordat het binnenkrijgen van voldoende voedingsstoffen zo belangrijk is bij ziekte.
De mondproblemen die ontstaan tijdens chemo- of radiotherapie zijn helaas een bijwerking van de behandelingen en hier is weinig aan te veranderen. Wat wel aan te passen is, is de mondverzorging. Passende adviezen kunnen de mondklachten draaglijker maken voor de patiënt en erger voorkomen.

6 tips voor jouw patiënten

1: Motiveer om te blijven eten

Irritaties in de mond kunnen zorgen voor een verminderde eetlust en daarom is het van belang om te voorkomen dat de mondweefsels beschadigd raken. Geef je patiënt als advies om voorzichtig te kauwen, voedsel met sterke of scherpe smaken te vermijden en harde, krokante etenswaren te laten staan. Ook is het goed om je patiënt te motiveren om te blijven eten. Laat hem naar manieren zoeken om het eten zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat het lichaam vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Deze zijn essentieel voor een goede lichamelijke conditie en bevorderen het herstel.

2: Adviseer om zo zacht mogelijk te poetsen

Om de mucosa zo min mogelijk te irriteren, is extra voorzichtigheid geboden tijdens het tandenpoetsen. Adviseer je patiënt om na iedere maaltijd en voor het slapen gaan te poetsen met een zeer zachte tandenborstel. De blue®m ultra soft tandenborstel is verzorgend voor zowel de harde als zachte weefsels in de mond. Deze tandenborstel is ook uitermate geschikt bij mucositis vanwege de ultra zachte nylon borstelharen. Voor optimale plaqueverwijdering en een verminderd risico op infectie, is het goed om je patiënt de borstel iedere vier weken te laten vervangen.

3: Stimuleer speekselsecretie

Zowel bij patiënten met hyposialie als xerostomie, is het belangrijk om de mond vochtig te houden. Regelmatige bevochtiging zorgt voor een verminderde irritatie van de mucosa. Het drinken van kleine slokjes water en het kauwen op suikervrije kauwgom met xylitol zijn hierbij goede adviezen voor patiënten met een (beperkt) te stimuleren speekselsecretie. Stimulatie van de secretie geeft een tijdelijke verlichting van een droge mond en faciliteert daarnaast de beschermende werking van het speeksel.
Bij patiënten met een niet meer te stimuleren speekselsecretie, hebben kauw- en smaakstimuli geen zin. Hierbij is enkel palliatieve behandeling mogelijk door middel van water en eventueel speekselsubstituut. Voor deze mensen, maar ook mensen met een te stimuleren speekselvloed, kan het aangenaam zijn om meerdere malen per dag een zacht mondspoelmiddel te gebruiken.
blue®m oxygen fluid is speciaal ontwikkeld voor mensen met een gevoelige mond en bevat een tweemaal hogere dosis actieve zuurstof dan het normale blue®m mondwater. Daarnaast bevat de blue®m oxygen fluid geen kleurstoffen, smaakstoffen en schuimmiddelen. Hierdoor werkt het effectief bij de genezing van wondjes in de mond zonder de weefsels te irriteren. Veel mensen die radio- of chemotherapie ondergaan, ervaren de prettige en effectieve werking van de oxygen fluid.

4: Adviseer mondverzorgingsproducten met actieve zuurstof en lactoferrine

Adviseer je patiënten mondverzorgingsproducten op basis van actieve zuurstof. Zuurstof speelt een sleutelrol bij veel processen in het lichaam. De geleidelijke afgifte van de actieve zuurstof zorgt ervoor dat de pathogene bacteriën in de mond worden aangepakt, zonder het natuurlijke evenwicht van de mond te verstoren. De toevoeging van zuurstof aan de blue®m producten, maakt dat ze een perfecte balans houden van de de mondflora en actief bijdragen aan de wondgenezing. Daarnaast bevatten de producten van blue®m ook honing, lactoferrine en xylitol. Stuk voor stuk krachtige en synergetische ingrediënten die helpen om de mucosa gezond te houden.

5: Benadruk belang van het adequaat reinigen van protheses tijdens de behandeling

Tijdens de behandelingen met chemo- of radiotherapie, is de mucosa extra gevoelig voor mechanische beschadiging door bijvoorbeeld een gebitsprothese. Naast dat het belangrijk is dat deze goed passend is, is het belangrijk om de patiënt de prothese goed te laten reinigen. Adviseer je patiënt om net als de mondholte, ook de prothese na iedere maaltijd en voor het slapen te reinigen.
blue®m oral foam Patiënten die behandelingen ondergaan zullen eerder last hebben van drukplekken, vanwege de verminderde weerstand. Bij het voorkomen en genezen van drukplekken kunnen de blue®m oxygen fluid en de oral gel tevens goed worden gebruikt. Dit zijn medische hulpmiddelen, speciaal voor het versnellen van wondgenezing.

6: Focus onderzoek en interprofessionele samenwerking

Naast het (laten) uitvoeren van een focusonderzoek en de mond in optimale conditite te brengen voor aanvang van een behandeltraject, is het van belang om je patiënt zo goed mogelijk te begeleiden gedurende de behandelperiode. Zorg ervoor dat je je patiënt voorlicht over de klachten die hij kan verwachten en geef daarbij passend advies. Het is goed om patiënten die in behandeling zijn, regelmatig terug te zien om mondproblemen te kunnen monitoren.
Daarnaast is het raadzaam om het inplannen van eventuele behandelingen in overleg te doen met de (bestralings)arts of verpleegkundige van je patiënt. Interprofessionele samenwerking is the key voor een goede behandeling waarbij de patiënt centraal staat. Want dat is uiteindelijk waar het allemaal om draait: het beste voor je patiënt.

Samengevat

  • Doe een focusonderzoek bij je patiënt en zorg voor een optimale conditie van de mond;
  • Licht je patiënt voor over de mondproblemen die kunnen ontstaan;
  • Geef passend advies om de problemen zo draaglijk mogelijk te maken;
  • Adviseer mondverzorgingsproducten op basis van actieve zuurstof;
  • Interprofessionele samenwerking: informeer de behandelend arts over je behandelplan.

Bronnen

W. Beertsen, M. Quirynen, D. van Steenberghe, U. van der Velden (2009). Parodontologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
J. van Dijk, F. Spijkervet, J. Tromp (2011). Atlas van de parodontale diagnostiek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
Gortzak RATh, Baart JA, Allard RHB, Waal I van der (2013). Odontogeen focusonderzoek: een voorstel voor een meer genuanceerde benadering. Ned Tijdschr Tandheelkd 2013
Ivoren Kruis (2017). Advies droge mond.
LUMC (2016). Mondverzorging bij chemotherapie en/of radiotherapie
E.C.I. Veerman, A. Vissink (2014). Speeksel en speekselklieren: Betekenis voor de mondgezondheid. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

logo bluem, oxygen for health

2 keer per maand tips over optimale mondverzorging?

10.000+ Mensen gingen je voor en ontvangen 2 keer per maand gratis tips in hun mailbox

Je bent succesvol ingeschreven.

logo bluem, oxygen for health

Keep informed

All about the Bluem news

Succesfull subscribed!